326 miljoen euro niet besteed.
Beliris krijgt miljoenenoverschot niet uitgegeven.
Met onderhandelingen over een Brusselse herfinanciering in het verschiet ogen de ongebruikte Beliris-miljoenen als een lekker hapje.
Van onze redachter Peter De Lobel
Brussel ¦ CD&V begrotingsspecialist Hendrik Bogaert heeft grote vragen bij de werking van het Beliris-fonds. De honderden miljoenen die daar niet uitgegeven worden, kunnen volgens hem een rol spelen in de discussie over de herfinanciering van Brussel.
Beliris werd in 1993 door de federale regering opgericht om Brussel extra geld te bezorgen om zijn hoofdstedelijke functie uit te oefenen. 'Maar met meer dan honderd ambtenaren in dienst is het ondertussen uitgegroeid tot een heuse bijregering', zegt Bogaert. Waar het geld oorspronkelijk bedoeld was voor grote infrastructuurprojecten, is het nu versnipperd over tal van kleine projectjes. 'Vaak gaat het zelfs om projecten in de cultuursector. Maar daar hoeft dat geld helemaal niet naartoe te gaan, want dat is een gemeenschapsbevoegdheid.' Onlangs ging er zo 3,3 miljoen euro Beliris-subsidie naar de Koninklijke Muntschouwburg.
Bogaert heeft zich op de budgetten van Beliris gestort en stelt vast dat er elk jaar veel meer geld naar Beliris gaat dan het gewest kan uitgeven. 'Sinds 2007 gaat het jaarlijks om 125 miljoen euro. En in 2009 en 2010 werden die bedragen bij wijze van economische herstelmaatregel nog eens opgetrokken tot respectievelijk 195 en 150 miljoen euro. Maar die verhogingen zijn elke keer hoger dan de bedragen die Beliris kan besteden. Hoe hoger de subsidies, hoe hoger het bedrag dat niet uitgegeven wordt.'
Vreemd genoeg is er, ondanks die overschotten, in de begrotingen 2009 en 2010 voor 500.000 euro aan verwijlintresten ingeschreven.
Minister van Begroting Guy Vanhengel (Open VLD) verklaarde in de commissie Financiën dat Beliris begin 2010 nog 326 miljoen euro niet besteed had. Dat is bijna evenveel als de 375 miljoen die het fonds normaal over een periode van drie jaar krijgt.
Vanhengel maakt zelf ook deel uit van het achtkoppige Beliris-comité, dat geleid wordt door vicepremier Laurette Onkelinx (PS). Volgens hem is men ook in Brussel niet onverdeeld gelukkig met de huidige manier van werken. 'De ambtenaren worden federaal aangestuurd, maar de Brusselse regering meent dat de zaken vlugger vooruit zouden gaan als Brussel hen zelf aanstuurde.'
De verwijlinteresten zijn een provisie, die verplicht moet aangelegd worden, zegt Vanhengel.
Beliris is een begrotingsfonds dat telkens voor drie jaar wordt goedgekeurd, maar voor de periode 2011-2013 raakt men het niet eens. Vraag is dus wat er met de niet-bestede miljoenen in de Beliris-kas moet gebeuren. De discussie kan volgens Bogaert het best meegenomen worden in de regeringsonderhandelingen. Met name als het gaat over de aartsmoeilijke discussie van de herfinanciering van Brussel - doorgaans geraamd op 500 miljoen euro. 'Dat geld van Beliris moet gewoon rechtstreeks bij de Brusselse middelen terechtkomen.'
Lees hier het volledige debat (p 14)