De banksector krijgt er vandaag de dag nogal van langs. Ze wordt verweten niet voldoende reserves te hebben aangelegd, aan debudgettering te doen, zich te veel te beroepen op ondoorzichtige effectisering en noem maar op. Bij het horen van al deze – vaak niet onterechte – kritiek, moest ik spontaan terugdenken aan de regering Verhofstadt.
Vandaag zijn er bij verschillende liberale en socialistische politici wel kritische geluiden te horen over de malaise in de bankwereld, maar waar waren die stemmen ten tijde van de paarse regering? Want het palmares van de voormalige paarse regering oogt niet altijd even fraai...
Onvoldoende reserves aangelegd?
Tot op vandaag doen sommige politici alsof er in het zogenaamde 'Zilverfonds' ook maar één euro zit die soelaas kan bieden wanneer de pensioenlasten een probleem zouden vormen. Alle professoren zijn het er over eens dat het 'Zilverfonds' een lege doos is zonder begrotingsoverschotten. Men blijft doen alsof men 12 miljard euro heeft aangelegd als reserve om het probleem van de vergrijzing aan te pakken, terwijl men in werkelijkheid geen enkele reserve heeft aangelegd.
Debudgettering?
De voormalige federale regering is voor 5 miljard euro extra pensioenverplichtingen aangegaan bij de overname van het Belgacom pensioenfonds zonder dat die extra verplichtingen ook maar ergens ingedekt zijn. Dit betekent wel dat we tot na 2035 deze pensioenen mogen uitbetalen terwijl de inkomsten al 5 jaar geleden zijn opgesoupeerd.
Effectisering?
De federale overheid heeft voor 1,1 miljard euro moeilijk te innen achterstallige belastingsschulden geëffectiseerd teneinde de begroting beter voor te stellen dan ze in werkelijkheid was. Deze geëffectiseerde belastingsschulden zweven ergens rond in internationaal financieringsland zonder dat de uiteindelijke koper weet wat er precies in het pakketje zit.
De pot verwijt de ketel dat hij paars ziet?